Dag drinkebroers,
Op dit moment zit ik in het bureau van de Fundacion Salvation, een opvangtehuis voor kinderen, waar ik gedurende 2 weken als vrijwilliger werk. De nacht is twee en een half uur geleden gevallen over Huehuetenango, de plaats waar ik over 3 dagen weer wegga. Huehue, zoals je het hier ook als buitenlander mag noemen, ligt in het noordwesten van Guatemala, op een boogscheut van Mexico. Het bureau waar ik nu zit, is:
hetgeen UITDAGEND was-
Huehuetenango is vooral bekend omwille van zijn bergen, die de hoogste van Guatemala zijn en waar de mannen nog eens graag in pyama-achtige traditionele kledij rondsjokken.
Vooral in het traditionele Todos Santos - een pueblo waar men uit 1 gezamelijke mond lijkt te stamelen: "vooruitgang, ga maar een ander dorp verzieken" - is het prachtig om hun trotse soms urenlange poses, de dag en de dingen checkend vanuit het dorpsbalkon, te aanschouwen en als een laffe paparazzi vanuit een raam vast te leggen.
De Guatemalaminnaar kent Huehuetenango ook van zijn drugs, die de laatste rechte lijn van Colombia naar Mexico doormaken (vanaf dan is het enkel nog wat bosjes door en je hebt je spul bij de Verenigde Cliƫnten van Amerika)- dit laatste helaas steevast met bijhorend geweld en afrekeningen, want voor drugsimperiums zonder schietpartijen op planeet aarde moet je bij de gebroeders Grimm zijn.
Met creme fraiche op de neus
Met klimkindje Gente op mijn voeten - zonder handen dames en heren! appelen en peren!
Verder, meer bepaald op een steenworp, is Huehue ook bekend om zijn ruines van Zaculeu, daterend uit de – wat dacht je- Mayatijd.
Met de oudste kinderen van de Fundacion en wat begeleiders hebben we die vandaag bezocht. De 2 Spaanse vrijwilligsters kregen het schaamrood op de wangen ( hetgeen mij waarschijnlijk ook te beurt zou vallen, mocht mijn bed-bed-bed-bed-bed-bed-bed-overgrootvader onder leiding van de verschrikkelijke Pedro "de enige goede Maya is een dode Maya" de Alvarado zijn boekje te buiten gegaan zijn en zwaar bepantserd de koppen gesneld hebben van weerloze Huehue Indianen, enkel beschermd door wat pluimen en hun Mayagoden).
Ruines, die door United Fruit Company zeer slecht en met vernederend cement en beton gereconstrueerd werden, rap rap, tussen de kapitalistische soep en de aardappelen door. Als in: "vooruit dan, voor 1 keer, maar dat het hier niet te lang dure, we hebben in dit land wel andere dingen te doen dan Mayatroep heropbouwen".
United Fruit Company, je weet wel: die multinational van Chiquita Banana die zo’n 60 jaar geleden gans Centraal- Amerika leegplunderde, zich zo ongeveer elk landgoed toe-eigende en de indigenas – de keuterboertjes zeg maar- desnoods onvriendelijk verzocht om voor een habbekrats voor hen vruchten te plukken waar zij dan de vruchten van konden plukken.
Als in een moderne versie van Alvarado: alweer gepluimd, die inboorlingen.
Maar genoeg over de randverschijnselen.
Huehuetenango is ook bekend om haar Fundacion Salvation, een opvangtehuis voor kinderen uit problematische opvoedingssituaties, 12 jaar geleden opgericht door de immer kwieke en vrolijk taterende hermana Sandra.
Die we hiernaast in volle glorie mogen aanschouwen
Ik botste op deze organisatie via Google, toen ik ettelijke weken geleden in Antigua op zoek ging naar een vrijwilligersproject dat zich wat meer in the middle of nowhere bevond, en dan nog het liefst met bergen en indigenas. Tel dit alles op en je komt al snel in Huehuetenango.
Daags voordat ik vertrok was enkel een kort telefoontje met de Fundacion nodig om mijn verblijf in kannen en kruiken te doen belanden: natuurlijk konden ze vrijwilligers gebruiken, en natuurlijk mocht ik afkomen, sterker nog: welkom welkom welkom!
Na een reis doorheen het Guatemalteekse vasteland, tokte ik vorige week dinsdag, op de poort van de Fundacion.
Wat volgde was waarschijnlijk de meest memorabele welkomsminuut uit mijn leven. Een vriendelijke kloeke dame deed de poort open en ik keek binnen over het binnenplein, alwaar enkele glimlachende kindergezichtjes me nieuwsgierig aanstaarden, als was ik de paashaas.
Hermana Juanita heette me welkom welkom welkom en klapte een aantal maal in haar handen. Een bel - DE bel, zoals ik dra zou merken- werd geluid, en vanuit alle kanten kwamen 110 kinderen aangehold die op de grond postvatten. Zoals in een Disneyfilm de dieren vanuit hun plekjes in de bossen doen als er bv een bambi geboren wordt, maar dan zonder dieren en bossen.
En nu ik er zo over nadenk: ook zonder bambi's.
Maar bon, je weet wel waar ik heen wil.
Enkelen trakteerden me al pardoes op een knuffel, en de hele meute begon voor mij te applaudiseren, nog voor ik pief poef paf kon zeggen, nog voor ik iets gedaan had. Ik stond wat onwennig te grijnzen als een idioot en zei iets in de trent van "dat ik Kwinten was, uit Belgie, dat het een miniland was dat niemand kent, en of het voor hen oke was dat ik hier 2 weken wat kwam helpen (SIIIIIIII, dat was het), maar ik zweer het je, het was de hartelijkste welkom die ik ooit meemaakte en -ookal geloof je me niet- er kwam een soort gloed vrij van
levenslustige warmte en -welja het woord moet toch eens vallen- geborgenheid. Welkom Welkom Welkom!
Hieronder met Eolalia, een prachtmeid, die steeds mijn was wilde doen- ookal wilde ik haar dit niet aandoen ("tooootaaaaalmente gratis Eolalia, no es possible???"), die 5 macrameebandjes aan mij versleet en die me al 4 dagen voor mijn vertrek verzekerde dat ze ging huilen en gisteren de daad ook bij het woord voegde.
Met Maria, heel schattig. Moest ik 4 jaar zijn,ik zou ik het wel weten.
Welkom dankzij kinderen waarvan velen in hun eigen huis ongewenst zijn of waren en zich er zelden tot nooit welkom hebben mogen voelen. Mocht ik 120 Nobelprijzen in mijn rugzak hebben steken, ik had ze aan iedereen uitgereikt. Maar dan ECHT, niet zoals Gert en Samson met hun 10 miljoen.
Hoewel ik erg mijn best deed om 100 namen te onthouden, kan het zijn dat ik wel eens Alvin tegen Jose gezegd heb, terwijl ik eigenlijk Roberto bedoelde.
Er leven naast de 110 kids ook nog een 10 tal mama's, al dan niet samen met hun kinderen gevlucht van een mistroostige, onleefbare thuissituatie, waarbij de hoofdrol vaak gespeeld wordt door een drinkende, gewelddadige vader en waarbij ik me de afgelopen weken bij het horen van sommige verhalen soms schaamde om tot het mannelijke geslacht te horen.
Mama's die de keuken runnen
Er zijn ook kleine kleintjes, in een baby-afdeling, zoals Chepe, door wie ik voor de eerste keer in mijn leven Mama genoemd werd, alsof het hem allemaal eender is, en iedereen die hem een beetje helpt of aandacht geeft een mama is. Ik vond het een prachtige koosnaam. Kan je nagaan.
Het werden 2 buitengewoon mooie weken. Het was vaak aandoenlijk en prachtig tegelijk om te zien hoe de kids leefden, het met elkaar allemaal voor elkaar kregen.
De 110 zijn allen onderverdeeld in groepjes, en elke groep bestaat -de katholieke kerk in Guatemala wil ook wat- of uit jongens, of uit meisjes.
Het geniale aan dit systeem is het volgende: aan het hoofd van elk zo'n groep staat een kranige jongedame van hooguit 15 jaar die de groep op sleeptouw neemt en als mama fungeert - door de kleinsten ook als dusdanig aangesproken. De meisjes in kwestie komen zelf ook uit gebroken thuissituaties en velen onder hen zijn seksueel misbruikt.
Maar als je hen ziet terwijl ze zich bekommeren om een kleine sloeber die in slaap valt tijdens een misviering, of beslissen dat kleine Maria Alexandra willens nillens toch wel degelijk haar avondeten moet opeten, zie je enkel moedige, mooie juffers die je eigenlijk enkel luidklaps bewonderen kan. Het type buurmeisje waarmee je met een gerust hart naar je eerste schooldag gaat. Zoiets.
Los Barones, de oudste kerels, vakkundig geluid door Guillermo, een net iets oudere kerel -16 jaar- die op Jesus vertrouwt en criminoloog wil worden. Wolken van gasten.
Op 22 augustus heb ik El Copa del Mundo del Fundacion georganiseerd, met min of meer evenwichtige ploegen - elk 2 kleintjes, 2 meisjes en een baron als kapitein. Het werd een deugddoend spectakel waarbij iedereen laaiend enthousiast was en er helemaal voor ging.
Het moest officieel genoeg zijn dus had ik een beker op de kop getikt voor de kampioenenploeg - 50 quetzal reductie bij de vriendelijke trofeeenwinkel want het was voor de mannen van de Fundacion, en ik wilde geen armoedig bekertje van twee keer niets. Mijn ervaring als sponserzoeker-bedelaar voor ons voetbalploegje in Leuven BHCM, kwam me goed van pas en voor ik het wist kreeg ik nog 2 schildpadjes voor de mannen van de Fundacion.
Het moest officieel genoeg zijn dus had ik een beker op de kop getikt voor de kampioenenploeg - 50 quetzal reductie bij de vriendelijke trofeeenwinkel want het was voor de mannen van de Fundacion, en ik wilde geen armoedig bekertje van twee keer niets. Mijn ervaring als sponserzoeker-bedelaar voor ons voetbalploegje in Leuven BHCM, kwam me goed van pas en voor ik het wist kreeg ik nog 2 schildpadjes voor de mannen van de Fundacion.
Ofschoon ik een hele dag rondhoste als een dolleman in de te zware bergschoenen van mijn vaders, als stadionbouwer of kortgerokte arbiter, was het een sfeer waardoor je savonds uitgeput maar blij in slaap valt.
1 dag hebben we, een vrijwiligster en ik, met vier kloeke kerels - de vier mutsen: Meme, Henri, Moses en Jose- een uitstap gemaakt naar Todos Santos. Zoals ik al zei: een dorp eerder van de traditionele stempel.
De drie musketiers: Israel, Joshua en Gente. Ook wel: de drie aapjes. Pijngrens hoger dan normaal. Hielden er waanzinnig van om -mocht ik niet weten wat ik aan het doen was- halsbrekende toeren uit te voeren, op mijn hoofd, rug, knieen, buitelend naar beneden, saltorijden, ronddraaiend tot je dronken bent of
andere acrobatische gekheid.
Er waren ook babytjes en ze waren cool.
En een filmavond, die helaas net iets te laat begon, 19u, zodat de helft het einde moest missen wegens reeds in dromenland vertoevend.
Bon, het waren 2 onvergetelijke weken weer, hoor.
Dikke kussen

Yo maestro,
BeantwoordenVerwijderenI'm keeping an eye on you!
Ik ben hier momenteel goed verkouden en mijn hoofd staat nog scherp nog fris.
Ik kom nog terug in dit witte vak!
tot binnenkort, Bram