Dag,
Ik zit thans in Corro, een prettige plaats ten noorden van Venezuela, een studentenstad ook, rustig en niet teveel gedoe. Ze zijn hier van mening dat het mogelijk moet kunnen zijn om 's nachts nog door de straten te wandelen zonder verkracht, vermoord of op z´n minst beroofd te worden, een visie die ik alleen maar kan onderschrijven, en met mij, vanop muren en pamfleten allerhande: Hugo Chavez. Want die wil het beste voor zijn land. Het vergaat me nog steeds prima, op mijn queeste naar Caracas, Venezuela, alwaar ik maandag het vliegtuig naar Rio ga nemen. Dit omdat zo een maand geleden het idee - je leeft vermoedelijk maar 1 keer- in me opkwam om de Mundial in Brazilie mee te maken. Naast geniaal blijkt nu ook dat deze grap redelijk kostelijk is, wat niet wegneemt dat ik me op dezelfde wijze (*) amuseer en dat ik het neig vind om onderweg te zijn. Ik zou dit onderweg-principe, althans mijn visie erop, die ik tijdens de vele uren in bussen, autos, boten of stomweg wandelend heb bedacht (overal en nergens, ontbonden verbonden, De Betrokken Passant, Het Zijn van het Niet-Zijn...) hier filosofisch uit de doeken kunnen doen, maar ik vrees dat daar niet echt een hond op zit te wachten.
Een muur in Corro
In Colombia, alvorens ik 2 studenten van de unif van Bogota leerde kennen en die me een avond lang het wel en wee vertelden van hun land. Laat ons stellen dat er nog wel wat werk is, dat de president niet meteen de Nobelprijs voor de vrede verdient en dat je je nationale cocainehandel niet verdrijft door de bagage van toeristen tot vervelens toe te checken.
In Panama, alvorens ik in de city aankwam, besloot ik een frisse neus te halen in de bergen. Ik had via iemand vernomen dat er in het nationaal park Amistad naast Jaguars, Quetzals en slangen ook een kamphuis was, in het midden van de jungle.
Daar aangekomen maakte ik kennis met een man van om en bij de vijftig, een man van het type dat al iets te veel jaren alleen in een kamphuis in de jungle woont, en daardoor een beetje op een boom begint te lijken. Hij bekeek me traag en alsof ik builenpest had toen ik hem vroeg of ik in zijn huis mocht overnachten. Na even problematisch gedaan te hebben - ¨ ik heb een groep van studenten vannacht¨- zag de brave man toch een optie dat ik in een kruipkamertje op het eerste kon gaan liggen. Dat was vriendelijk van hem, ook het feit dat hij me voor een Panameese student liet doorgaan, aan halve prijs.
Dat mocht ook wel, want er lag een dode vogel me op te wachten in de kamer. Ik weet niet of iemand van jullie al eens een tropische vogel vanop 10 m hoogte met een tijdschrift op de grond heeft moeten laten kletsen, maar er zijn leukere dingen te doen op de aardbol.
Daarna besloot ik een tochtje te maken door het park. Het was alleen en prachtig. Een beetje een sprookjesbos, soms, en mijn voeten zakten weg in de modder en er was en vogeltje dat me voorliep steeds 5 meter omhoog tot ik helemaal boven was.
Terug aangekomen in het kamp, stond de man nog steeds een beetje buiten tegen een paal te staan, de groep van studenten had al 5 uur geleden aangekomen moeten zijn, en hij wist het zelf ook niet meer. Toen gebeurde er iets geniaals: de man gaf mij de sleutel van het huis en zei dat hij het afbolde, ik mocht het huis vannacht gebruiken. Ik ging zowat over mijn nek. Alleen in een huis midden in de jungle met enkel wat droog brood en geen drinkwater. Wat een uitdaging werd me hier gepresenteerd. Bon, ik begon water te koken en daarna af te koelen, ik maakte een haardvuur, improviseerde een koffiefilter met plastiken bekertjes, een naald die gaatjes prikt en veel geduld en ik voelde me een beetje zoals Davy Crocket of Indiana Jones ofzo. Het was cool te weten dat ik de gave bezit om te overleven alleen in de jungle...
Wat later kwamen de studenten en bon, dat was ook gezellig en iets minder alleen.
De tocht door het woud
Alhoewel, bij het eindigen van dit blogbericht ben ik in Rio, deze avond kwam ik hier aan, moet je weten. Rio ziet er zeer cool uit. Morgen wil ik hier voetballen op de Copacabana.
* kostelijk dus
Vele groetjes