donderdag 23 september 2010

Waar gaan we dat allemaal schrijven jongens?

Ik zit momenteel in de veel te warme bovenkamer van hostel " Banana Republic" in La Ceiba, Honduras, alwaar ook mijn bovenkamer veel te warm begint te worden bij gebrek aan een ventilator ( wat de kamer betreft dan)



Zowel hostel als stad zullen nooit de prijs voor aangenaamste plaats ter wereld winnen: dat weten ook de inwoners alhier, waardoor ze er ook geen inspanning meer voor lijken te doen en het, integendeel, dan maar meteen zo groezelig mogelijk lijken te willen maken. Dat wil dan zeggen: buitenlanders te lang opnemen en aanstaren, gewoon om achteraf te kunnen zeggen: "wat valt er te zien vriend?" Je kent dat type wel.



Of taxichauffeurs waarvan je op voorhand vermoedt dat ze je in het zak gaan zetten, die je luttele ogenblikken later ook daadwerkelijk in die zak zetten ( 3x de lokale prijs) daarbij volhoudend dat hij je niet in het zak zet, dat 50 limpiras de standaardprijs is, hetgeen je effe gelooft en je in die zin ook nog eens extra in de zak gezet wordt. Ik weet niet of je ze (de taxichauffeurs) of het (het gevoel) kent.


Bon, het is dan maar goed ook dat ik in deze tuin van Eden maar 1 nacht hoef te vertoeven. Morgenvroeg vertrek ik terug naar Guatemala, om aldaar terug te gaan werken bij de coolerds van Transitions, de jongeren met een mentaal gehandicapte handicap die mijn hart deugd doen.


Het eiland waar Vloot, Koen en ik ons de afgelopen 4 dagen op bevonden, Utila, hier dus wat verder de Caraiben in, is een geliefd duikersspot voor jong en oud en heinde en verre. Velen noemen het een paradijs.




Ikzelf doe dat liever niet, daarvoor hingen er me iets te veel onbenullen rond, veelal gezette buitenlanders met een dikke portefuille en een scheurende, zij het nodeloze brommer voor korte afstanden - iemand zou hen eens moeten vertellen dat hun obesitas hier niet door weggetrild wordt-  waarvan de omvang ( zowel in geval van buik, portefeuille als van brommer) omgekeerd evenredig leek met hun IQ.














Een mens zou voor minder diep de zee induiken, of zoals de meeste lokale inlanders: stuurs voor zich uit kijkend begroetingen negeren, terwijl ondertussen de nieuwe hotels, restaurants of duikcentra als dollarpaddestoelen uit de grond schieten, met rijke buitenlandse zakelui die de bemesting ervan op zich nemen.

De Teloorgang van een Eiland, een piratenfilm met in de hoofdrollen Kap. Italisme en neo - Kol. Ionisatie. Figurant: Honduras

Vermoedelijk ben ik iets te cynisch, vergeef het me. Maar soms heb ik het helemaal ge-had met het hedonistisch opsouperen van plekken op aarde, zeker als die plekken zich in ontwikkelingslanden bevinden en nog zekerder als dat steevast gepaard gaat met onzinnig gebral als "o my god thats a-mazing" of "I was like sooo drunk" of de reactie "that is soo cool, brother" als je gewoon zegt dat je uit Belgie komt. Ik bedoel, ik ken wel coolere dingen. En de verzender van deze nonsens vast ook mocht hij die grijze hersenmassa eens wat vaker laten sputteren.

Maar het was er natuurlijk mooi: paradijselijke waters, palmbomen waar je ze hebben wil (op een strand) en 2 toffe Belgische vrienden in de nabijheid.



























Vloot en Koen zijn ongeveer 2 weken geleden aangekomen in Guatemala, zelfs zonder bagage met een brede glimlach mijn welkomsananassen in ontvangst nemend. Hun bagage lag ergens te chambreren in Miami, doch dat kon de pret niet derven en het bananenbrood al evenmin ( want dat is in Antigua namelijk onwijs lekker).














  























Hoewel we wel wisten dat het regenseizoen voor brokken kon zorgen, hadden we niet kunnen vermoeden dat we een dag later een chauffeur van het iets avontuurlijkere type moesten omkopen om ons naar het meer van Attitlan te brengen, daar de reguliere verbindingen het uit gevaar voor derrumblas ( modder-lawines, red.) niet wilden riskeren.

Tijdens het regenseizoen regent het namelijk soms zo veel (vooral in september, bij wijze van welkom aan Vloot en Koen) dat de aarde het allemaal niet meer kan bevatten en gewoon naar beneden stort. Als er dan een huis of een straat onder die helling ligt, wordt het een gevaarlijke boel. Straten en wegen worden ondergekotst en aldoende vernietigd.













Bon, wij wisten wel beter, dachten we. Het zou allemaal best meevallen, we waren de Tiensesteenweg gewoon, die in zijn lelijkheid ook soms een echte inferno is.

We waren zowat de enige euh toeristen die richting het meer gingen.
De chauffeur wist mits enig zigzag en spookrij-gedrag de meeste obstakels te ontwijken. Toch, toen ik deed alsof ik sliep, maar hem stiekem met een oog gadesloeg, merkte ik op dat hij angstvallig vaak naar boven keek, de hellingen checkend, vanuit zijn raampje. Ik trachtte dientengevolge de grote rotsblokken op het wegdek uit mijn gezichtsveld te bannen, wat niet weet - niet deert. Op een gegeven moment konden we niet meer verder en moesten we door modder kruipen om het meer van Attitlan te kunnen bereiken.

Hetgeen, met dank aan de goedgemutstheid van mijn 2 medebelgen, nog iets van een prettig hindernissenparcours had.

  
Het varkentje liet zich dan ook makkelijk wassen 










Minder prettig waren de berichten die we in de lokale kranten lazen: dat de noodtoestand uitgeroepen was over Guatemala, dat de grondverzakkingen en hevige regens al heel wat slachtoffers geeist hadden, en zelfs enkele doden.

Het is klote te bedenken dat het net die landen zijn die klimatologische tegenslagen als kiespijn kunnen missen, wegens het hebben van al meer dan genoeg andere problemen, die dan ook nog eens pech hebben met de grillen van Moeder Aarde (of, zoals iemand me verzekerde: de gevolgen van Moeder Aarde, veroorzaakt door onze ecologische voetafdruk).

Hoewel in het begin een tikkeltje schizofreen, zowel veroorzaakt door dit onweer als de nog niet helemaal compatibel afgestelde humor tussen mijn reisgenoten en mezelf ("dat zeg je niet Koen"; "dat is ongepast Koen", of "zo beledig je mensen Koen, Koen" of "wat moet ik daar nu op zeggen Koen" 
of
"Vloot: kom als de dekselse donder van die aarden helling (!), het is levensgevaarlijk en volkomen ongepast om daar te liggen chillen vermits Guatemala momenteel tot een puinhoop geschapen wordt door die dingen, de bus gaat trouwens NU vertrekken en de chauffeur loopt al bloedpissig aan".), was het zeer cool hen hier te hebben en hing de mantel der liefde en de relativering ("niet te serieus Kwimpie, je bent verdomme de aardsbisschop van Guatemala niet") steeds binnen handbereik.

Daarna gingen we richting Shemuc Champey, een plek die je enkel dromen kan. Het is een natuurlijke brug over een rivier. Semuc Champey betekent in letterlijk Maya: de plek waar het water in de grond verdwijnt (en er weer uitkomt). Of dit laatste deel ook daarwerkelijk in de Mayataal staat of dat ik het er bijverzin, daarover kan ik nu weer aan het twijfelen slaan. Alleszins: het is een feit dat het water nadat het in de grond verdwijnt er langs de andere kant weer uitschiet. Wat bevindt zich er dan boven?, hoor ik jullie afvragen.













Wel, vrienden biologen: een terasvormige afdaling van azuur-turkoois blauw water dat via parelheldere vijvertjes terug uitmond op de plek waar de aanvankelijke rivier terug uit de rotsen schiet.
Ik moet er een tekeningetje bij maken.













Daarna doken we een watergrot in, waar je soms moest klimmen, soms springen, soms zwemmen en soms ook moest vallen. En dat allemaal, laverend tussen de stalactieten en de stalagmieten met in je beverige hand een kaars en hopend dat je slippers niet zullen wegspoelen of (nog belangrijker) dat de Vloot voor jou op die glibberige ladder langs de dodelijke rotswand, deze ochtend zijn lenzen goed heeft ingedaan en die steen die daar uisteekt toch wel zal opmerken.

Ook Vloot en Koen waren zichtbaar aangedaan bij zoveel natuurschoon. Koen sloeg meteen zijn camera stuk van pure bewondering en Vloot besloot zich niet te schromen over het gat in zijn onderbroek dat zichtbaar werd toen we van de hoge brug in het water sprongen en zo andermaal een kick scoorden (de kick van het springen, welteverstaan)




Er waren ook spinnen, van het type Tarantula










Daarna ( interesseert het jullie eigenlijk nog?) trokken we naar het hoge noorden, in de buurt van het weeshuis waar ik een maand geleden gewerkt heb, waarover ik al wat geschreven heb en waarover ik jullie in de herfst zal ondervragen om te kijken of jullie mijn blog uberhaupt wel lezen.

Todos Santos, daar ging het naartoe, waar de mannen nog eens graag een rode broek dragen (heb er ook 1 gekocht daar ik ze mooi vond, al denk ik dat mijn mama in oktober het adjectief "clownesk" niet zal kunnen achterhouden) en wachtend op Godot op het centrale plein heel wat wortels geschoten worden.














Een mooie, authentieke sfeer, haast zonder toeristen, met indigenaase karakterkoppen en veel kleuren, een sfeer die je enkel in Guatemala dorp kan vinden. Ik was dan ook in mijn nopjes om hiervan samen met Vloot en Koen hiervan deelgenoten te mogen zijn.

Zo ook tijdens de epische tweedaagse trektocht in de rondomgelegen unieke rots- en bergpartijen.  

Op voorhand, vertrekkend vanuit Todos Santos, zagen we de onderneming nog goedgemust zitten, een kwestie van een handomdraai, 2 keer niets. 


















Onder het motto: kleinere weggetjes zijn misschien soms een tikkeltje onverantwoord, maar wel veel spannender








Koen die doet alsof hij de boom moet ondersteunen, hetgeen niet nodig is, daar deze ook zonder hem niet zal vallen





































Nee, een vuur maken met hout dat niet 100% droog is (zoals doorwinterde indigenas doen) konden we niet, dus werd na 2 uur blazen met een duizelig gevoel in het hoofd, assenvlekken overal, naar vuur stinkende kleren en nog steeds kletsnatte kousen, wijselijk besloten de eer aan onszelf te houden en er als de wiedeweerga vandoor te gaan.




Dat wist ook orakel Koen











Daarna liepen we er als kleuters in de mist verloren, onderwijl met trillende lippen en natte kousen via strootje trek bepalend wie van ons we over een week als eerst zouden moeten opeten.

Dit exemplaar zou zeker een optie geweest zijn


Even dachten we dat het zover was, en we in de paardenhemel beland waren.












Maar uiteindelijk kwam alles weer goed, sliepen we in een heel mooi dorpje en vertrokken daags nadien richting Honduras.


Bon, op dit moment, dus op het moment dat ik dit typ, in Antigua terug,
zijn de bengels Koen en Vloot als een rollercoaster

















...het land aan het doortrekken om Tikal te bewonderen (je weet wel, de tempels in de jungle) want wie deze niet gezien heeft, kan eigenlijk niet beweren in Guatemala geweest te zijn.


ze doen dit per minibus
















of per chickenbus














Hiernaast zien we vanwaar de term chickenbus komt










Ik kan enkel hopen dat de tempels dit overleven, dat de Mayas zich niet  omdraaien in hun graven...

















...en dat Vloot en Koen hun klop van de oververmoeidheidshamer....














 op een wijze dat het niet schoon meer is, nog even kunnen uitstellen, tot zondag.















Vele groetjes