donderdag 29 juli 2010

sick-, kick- en picknickaragua

Dag jongens en meisjes van het mooie leven,

Gisteren ben ik terug aangekomen in Antigua, je weet wel, daar waar het allemaal begon, al klinkt dit laatste iets zeemzoeter dan ik wil. Het is tegelijk vreemd en aangenaam om hier terug neer te strijken. De tofferds van maart en april zijn vertrokken. Ik ben wel terug ingetrokken bij Amanda, in casa Amanda, het leukste en liefste gastgezin ten zuiden van de Kreeftskeerkring, waar de broodjes kraakvers zijn en de lakens ook. Dat laatste mocht wel, nadat ik de laatste weken de hygiene wel eens aan mijn in paardenstront gedrenkte laars  lapte, zij het noodgedwongen. Een beetje zoals tijdens de Vietnamoorlog, maar dat hoef ik jullie niet te vertellen.

Het was gisteren dan ook met een klein hartje en een lichte schaamblos dat ik mijn Grote Zwarte Zak Vuile Was deponeerde bij de lavatoria de Antigua. Deze zak, die zich vermoedelijk reeds in gistingsproces fase 3 bevond, of er alleszins naar toe euh bewoog, moest ik noodzakelijkerwijs dubbel dichtknopen waarbij ik de licht zure, vochtige moddergeur en de massa die doorheen het plastik te compact aanvoelde om niet verdacht te zijn, met een verontschuldigend glimlachje trachte te vergoeielijken. Het zelfde soort "IK weet het ook niet hoor" -lachje dat je geeft aan diegene die staat te wachten tot jouw WC vrijkomt en waarbij je je plots pijnlijk duidelijk realiseert dat de sporen, de geur, de restanten, ...ALLES van jouw voorganger onverbiddelijk maar onterecht door haar aan jou toegeschreven zullen worden. Maar dat hoef ik jullie niet te vertellen.

Bon, in de klederzak bevonden zich de kleren van Nicaragua


In San Juan del Sur, net de grens overgestoken met Ryan en beland in dit mooie doch hedonistisch dorp, waar het bier en de gringos welig tieren, dos cervezas por favor, waar Ryan na 2 dagen werk vond in een hostel en waar ik op dit moment enorm blij aan het worden ben dat het er niet naar uit lijkt te zien dat Holland de wereldbeker zal schaken. 


Een impressionistische muur in Granada, merk ook de pose van de Nica-man op, die zich - althans wat mij betreft- in een prachtige staat van pertinente afwezigheid maar daarom juist tegelijk manifeste aanwezigheid bevind. Maar dat hoef ik jullie niet te vertellen.


In Granada, waar ik deelgenoot mocht worden van dit mooie voetbalspectakel, in een park op enkele meters van de meest vriendelijke sloppenwijk waar ik ooit ben doorgelopen.




Een sloppenwijk waar de mensen je vanzelf groeten, ookal ben je blank en heb je een hemd aan, en waar er voor de vele golfplaten huisjes kleurige bloemen geplant staan en de aarde geharkt wordt.


Jongen maait gras in park.  En geeft mij het gevoel dat ik al een tree geklommen ben op de ladder der fotografen, zijnde de tree van "nog- steeds - geen - echt -idee -hebbenden" maar toch af en toe iets wat erop zou kunnen lijken, nu nog enig technisch inzicht

Liefde, het kan, ook in Nicaragua


 Dit is de koloniale kathedraal van Granada, een beetje in de stijl van de meeste koloniale kathedralen in Centraal Amerika, maar altijd toch weer mooi om tegen te komen. En zeker om effe te gaan zitten en mooie mensen te zien zingen en bidden, en in vrede lijken te zijn, waardoor ik zin kreeg om in God te gaan geloven, en m'n interne Phil Bosmans me het speciale gevoel gaf dat ik er wel eens dichter bij zou kunnen zijn dan ik dacht.


Al bleek het achteraf geen doel op zich, zo gaat dat met die momenten, je weet wel.




Waarna ik het hazepad koos en voor een weekendje naar het - gedeelde eerste plaats met Attitlan- mooiste meer ter wereld ging, Lago de Apoyo, alwaar de aapjes schreeuwen, de vogels fluiten, het water helder en warm is
En het weer in enkele dreigende minuten kan omslaan 

Dat weet ook hij

Dit is Catharina, een klein sympathiek dorpje waar het goed leven is, althans dat lijkt de stad toch uit te drukken. Bekend om de vele bloemen overal. Je weet wel: zo van: "geef me een plaats en en we weten er wel wat bloemen op te zetten".  

Ik was er zowat de enige toerist( hetgeen het cafeetje met uitzicht op Nicaragua niet vrijplijt om me koffie met melkvelletjes voor te schotelen maar bon).

Het was dan ook niet meer dan logisch dat ik als een idioot fotos van de kerk begon te schieten en vond dat het fietsende jongetje ervoor de foto dat net - ietsje - extra gaf. Hoe zou je zelf zijn. Dit terwijl de locals een voetbalmatch speelden dan wel bekeken en me helaas niet toestonden " competitie jongen, competitie" om hieraan deel te nemen.


Nicaragua kende een revolutie in '78 tegen de alouwde dictatuur, geinspireerd door Che en Fidel- dat hoef ik jullie niet te vertellen. Wat wel boeiend is, is dat sindsdien er een heel socialistische sfeer is blijven hangen. De huidige president is afkomstig van de FDSN - laatste letter zou ook een L kunnen zijn, nvdr, aka de revolutionairen. De vaders, de pioneers van de Revolutie, de zogenaamde Sandinisten, zijn nog steeds erg trots op hun revolte- terecht ook en vieren elk jaar de herdenking aan hun gevallen bastille.


Nu, het contradictoire aan heel de revolutie-nostalgie is dat er nog steeds heel erg veel armoede is in Nicaragua, dat de kracht van Pueblo - het dorp- wel bezongen wordt op pamfletten en volksliederen maar dat het vaak in realiteit een harde strijd te leveren heeft om het te rooien, terwijl El Presidente vanuit zijn rijkdom de katjes in het donker wel weet te knijpen en niet vies is van een corrupt dollartje meer of minder. O tempora o mora!

Daarna ben ik ziek geworden in Matagalpa, in het noorden. Met pieken tot 39,7  graden Celcius, en een kakkerlak in mijn hotelkamer als enige gezelschap. Kan je nagaan.

Maar daarna ging het alweer beter, richting Jonatega,
Jonatega,  waar het hoger werd en ik een kruis beklom, mijn schoenen - je weet nog wel, de kat in de zak uit Panama, "echt leer, echt leer senior, good price"- opgengescheurd en dabbend in een mix van modder, waterplassen, en koeiedrek.  


Onderweg een kanjer van een kerel tegengekomen, die op een koffieboerderij werkte, ja hij moest ook de richting van het kruis uit, zijn boerderij lag nog een kilometertje hoger. Een kilometertje? Het was een moordend zware trip, en Nando, zo heette hij, droeg een kilo of 20 koffiebonen op zijn schouders en lachend vertelde dat hij deze op en neer trip elke dag deed, zo'n drie uur lang.


En dat hij zijn werk graag deed, het was hard o ja, maar hij hield van de natuur, de rust. En 4 dollar per dag was meer dan heel wat anderen in zijn land konden zeggen.



Het was een mooie ontmoeting, langs de stijle flanken van de kruisheuvel, en het was dan ook niet meer dan logisch dat ik even niet wist wat te zeggen, waar te kijken, toen Nando me vroeg hoeveel ik zoal verdiende, in mijn land. Ik denk dat de woorden injusticia, injusto of economico del mundo, die ik echt gegeneerd mompelde,  nog nog nooit flauw, zo hopeloos geklonken hebben.



En daarna ben ik de vier dagen voor ik verjaarde in een nationaal park, Miraflor, dicht bij Esteli, in het noorden, gaan rondzwerven, tussen natuurschoon en unieke rotspartijen, en van boerderij naar boerderij, elke dag een beetje stijgend, meer de bergen in, en snachts slapend bij de boeren, die een beetje koffie verbouwen, groentjes, of een occasionele koe melken. Een paard dat plots opduikt vanachter een rots, een holle boom waarin je kan klimmen tot je denkt "wola dit is wel heel hoog..."  of kindjes die met het plezier van een winkeliertje  "10 cordobas por favor" je vol trots het lokale natuurwonder tonen, watervallen waar je in kan duiken.

Een mooi gebied, waar het leven nog heel simpel, heel kabbelend verloopt, niet te veel gedoe, waar iedereen even hallo zegt als je passeert, waar het lijkt alsof de 1500 mensen die er verspreid leven zachtjes zeggen: "goh, voor ons hoeft het zo niet".
Hetgeen mooi is, zeker op verjaardagen.

zondag 11 juli 2010

Zwart/wit en grijs en andere kleuren + fotos

Een van de beste, zoniet de beste, definities van Liefde, in de ruime zin- dus ook die van Jezus- die ik ook gelezen heb, is de volgende:

 ¨Liefde is, wanneer je geliefde op het salontapijt gescheten heeft, dat je die drol niet walgend oppakt en nog eens kwaad onder de neus van hem of haar duwt met een ' wat heb je me nu geflikt, mens' maar dat je zachtjes naar de badkamer gaat, een beetje WC papier neemt en zwijgend het boeltje opkuist om het daarna snel door te spoelen¨
Prachtig toch.

In Colombia, disons een week geleden, wachtend op een avondlijke bus, heb ik dan evenwel helaas niet liefgehad. En sindsdien vraag ik me af en toe af of het gemeen van me was.
Niet dat ik er niet van kan slapen, ik vraag het me gewoon af.

Het zat hem zo. Ik zat dus te wachten op de bus naar Santa Marta. Ik zat op mijn rugzak in Maucao, vlak over de grens in Colombia, op een boogscheut van Venezuela, doch dat is enkel voer voor de statistieken. Kwam me daar een man naast me zitten. Hoewel het merendeel van de mensen in de Centrale en Zuidelijke landen hier nogal sociaal ingesteld zijn en het niet ongewoon is dat ze snel met wildvreemden- toeristen- aan de babbel geraken, was het me opgevallen dat in Venezuela de bevolking iets bedrukter leek. Iets meer gebogen lopend, iets meer zuchtend. Alsof ze wilden uitdrukken dan wel veel zon mag zijn in hun land, maar dat door de bocht genomen hun olieland geen voltreffer is, in tegenstelling wat Herr Hugo Chavez op zowat elk pamflet tracht uit te schreeuwen. Bon. De man begon met me te babbelen, in Spaans. Tot dusver geen vuiltje aan de lucht.

Sterker nog, ik vond het - tenzij ik heel moe ben of het overenthousiaste gringos zijn die heel de tijd avontuurlijke of louter hedonistische awesome dingen brallen- vaak heel leuk om een praatje te slaan, en vooral dus met locals. Bon, de man heette Ivan en gaf een heel intelligente indruk. Hij vertelde dat hij voor zijn werk in Colombia was. Welk werk? Wel, hij was een pedagoog die met personen met het syndroom van Down werkt. Meer nog: in Brazilie, in de buurt van Rio, had hij een organisatie op poten gezet, die zich gespecialiseerd had in het aanbieden van dolfijntherapie aan mongooltjes.

Ik spitste mijn oren bij het horen van dit, daar dit me enorm boeiend toescheen, misschien ook deels omdat mijn papa Herman ook met mentaal gehandicapten werkt in Belgie maar bij gebrek aan dolfijnen aldaar niet meteen die therapie kan beoefenen en of uitdiepen. Bon, hij vertelde op een sympathieke doch intelligente manier - het toffe type opvoeder, je kent ze wel, het type dat "de gasten op zondagen meeneemt naar boomhutten"- dat het zwemmen met dolfijnen voor mongooltjes een enorm heilzaam effect kan hebben, zowel op vlak van motoriek als op psychologisch vlak - zelfvertrouwen, bindingen, ...- als op puur plezier vlak. Voor ik er erg in had waren we in een coole conversatie verwikkeld waarbij ik laaiend enthousiast was en het beeld van dolfijntjes met mentaal gehandicaptjes me als zonneschijn voor de ogen kwam. Ik vertelde ook wat over mijn leven, terwijl de bus angstvallig lang op zich liet wachten en de nacht in Colombia inmiddels gevallen was, al klinkt deze laatste zin wellicht epischer dan het op dat moment was.

Ivan vertelde me dat hij deze ochtend naar huis wilde gaan (hij was een 3 tal weken in Colombia geweest, voor het werk en voor ontspanning, het was me niet zo duidelijk welk het nu was) en wilde aanvankelijk de bus terug nemen naar Venezuela, van waaruit hij terug naar Brazilie ging keren.

Maar, en hij kreeg iets grimmigs toen hij dit begon te vertellen, als een Mexicaanse bandido vlak voordat die op de grond spuwt, zijn visakaart was ingeslikt en hij had niets van geld meer. Het was zaterdag en de banken gingen pas open op dinsdag, dus hij moest het nog 2 dagen zien te rooien in de busterminal. Waarom hij niet op een aangenamere plek deze dagen sleet, was een vraag die in me opkwam maar die ik wist te onderdrukken.

Pas over drie dagen kon hij, als die klotebank even meewerkte, terug naar Zuid- Colombia terugreizen, waar hij woonde. Terwijl hij iets te dramatisch richting de einder van de busterminal tuurde en een zucht of 3 slaakte, iets te luid ook, begon ik onraad te ruiken.

Zuid- Colombia? Zei hij Zuid Colombia? Had hij me nu net niet gezegd dat hij richting Venezuela moest. Ik begon achterdochtig te worden. En ik haatte mezelf ervoor, want ik haat het om achterdochtig te worden. Wat later gaf hij me zijn email en de website van de organisatie in Brazilie, waarvan hij de baas is. Hij vertelde me dat hij over een maand op een congres in Nicaragua zou zijn, waar hij als dolfijnenspecialist een exposee over het therapeutische heil van zwemmen met deze dieren zou vertellen. Samen met de website smolt mijn wantrouwen een beetje, zij het niet als sneeuw voor de zon.

Ik bood hem wat chips aan en een pintje, maar hij leefde nogal gezond, legde hij me uit, dus terwijl Ivan de bussen in de gaten hield daar de mijne al anderhalf uur te laat was, sjokte ik naar de winkel om een fles water te gaan kopen voor hem. Daar ga je, Ivan.

Hij vertelde me wat meer, dat hij 2 kinderen had, in Brazilie, en dat hij ze enorm mist en daarom graag zo snel mogelijk wilde terugkeren. Naar Brazilie of naar Zuid - Colombia? vroeg ik hem, omdat ik inmiddels enige sporen bijster werd. Neenee, Brazilie, in Zuid- Colombia woonde zijn broer, daar ging hij gewoon even passeren. Vervolgens vertelde hij, niet meteen rechtstreeks aan mij, eerder aan de wereld, dat het godgeklaagd was dat hij hier nog 2 dagen wortel zou liggen schieten in deze terminal, wachtend tot de banken zijn kaart terug zouden uitspuwen. En hij had niets van geld, enkel sportschoenen....Het ging hard worden.

Daarover twijfelde ik niet, maar ik had inmiddels besloten om hem geen geld te lenen of te geven. 'Het is te louche, hij verzint indianenverhalen en doet dit elke avond, hier knal op de zelfde plaats, waarbij hij naieve backpackjongetjes uitkiest die iets te vriendelijk terug antwoorden', zei mijn ene hersenhelft. 'Tuutut, niet zo wantrouwig, knaap. Geloof eens wat meer in de goedheid van mensen. Hij heeft een website en een overdosis pech'. Een ander deel, de derde helft van mijn hersenen vond het zwaar klote dat er zulke dingen door mijn kop moesten razen en wilde gewoon een toffe babbel.

Tot dusver had Ivan me nog niet rechtstreeks om geld gevraagd. Maar het kon elk moment komen. De kanonnen werden gesmeerd. Maar juist het feit dat er zoveel activiteit in mijn pan was, deed me besluiten niets te geven. Ik ben trouwens, zoals ik wel eens placht te horen in mijn job als bemiddelaar 'toch verdomme geen melkkoe!'. Al dacht ik het anders. Ik bedoel, ik ben gewoon niet zo rijk dat ik iedereen kan helpen, al zou ik dat

-zoals gisterenavond nogmaals pijnlijk duidelijk werd hier in Nicaragua, waarbij een jongetje met slaap (of gedrogeerde, al hoop ik van niet) ogen ons - 2 smpathieke Israelias en ik- kauwgum kwam verkopen en dat me nog steeds altijd van de kaart slaat, de armoede vlak voor het toerisme ontplooid, waardoor de on on on rechtvaardigheid van dit alles, de wereld, het toerisme, het feit dat steden in het centrum uit hotels bestaan en de oorspronkelijke inwoners naar de rand verdreven worden, de huur in het centrum niet betalend kunnend, de sigaret die ik rookte terwijl we met Alex, de dodelijk vermoeide kaugumverkoper, spraken, Alex die 13 was en tot 5 uur snachts moest werken in de straten van Granada, hier in Nicaragua, omdat zijn familie geen geld had; hij had sportschoenen nodig, en elke ochtend om 6 uur 30 moet hij eruit om naar school te gaan en nee, zei hij waterig en vanuit schijnbaar een andere wereld, hij had zelden slaap nodig. De wijn die we drinken, die lekker was, werd zuur zuur zuur. En ik verdrietig. Terecht denk ik.-


heel erg willen kunnen.

Dan, en nu komt de clou - want jullie hebben gelijk, die mag stilaan gaan komen-
deed ik het volgende, en ik weet dus niet of het gemeen was of niet. Ik weet wel dat het niet past binnen mijn favoriete definitie van liefde en dat ik Ivan dus niet liefgehad heb. Maar of het gemeen was, ach ik hoef of wil het eigenlijk niet weten.

Ik vroeg hem hoe oud zijn drie kinderen waren. De achterdocht had intussen de overhand genomen, toen hij me vertelde dat we over een maand in Guatemala ofzo konden meeten, daar hij daar een congres had, over dolfijnenzwemmen natuurlijk, wat dacht je. Maar ik herinnerde me dat het een kwartier tevoren Honduras was, waar dat bewuste dolfijnencongres ging plaatsvinden, dat hij me dat zo verteld had. Dus vroeg ik hem hoe oud zijn drie kinderen waren. 6, 8, en 11 zei hij meteen, en dat hij ze mistte en hier nog aan de bus moest zitten wachten tot dinsdag, en of ik me dat kon inbeelden.

Het gevoel op dat moment bij mij, de gedachten, ik zei het natuurlijk niet openlijk: "Ivan, ik heb je te pakken, kerel. Heb je me dus tijdens de laatste 15 minuten even een extra kind gecreeerd. Normaalgeproken weet je wel of je 2 dan wel 3 kinderen hebt. Ge-klist man, je bent een leugenaar en je wil dat ik je geld geef of geld leen dat je zowiezo zal terugstorten maar natuurlijk niet doet". Ik voelde me een beetje triomfantelijk, een beetje zoals Sherlock Holmes na een opgelost mysterie, al heb ik natuurlijk geen flauw idee hoe die zich gevoeld kan hebben.

Wat later zei ik hem dat ik alleen wilde gaan zitten. Ik zei hem dat hij moest begrijpen dat ik niets van zijn verhaal geloofde, dat ik het aanvankelijk heel boeiend en interessant vond en hemzelf, Ivan, een dijk van een kerel, stel je voor dolfijnzwemmen met mongooltjes, maar dat hij loog loog loog, en dat ik dit zwaar klote vond. Hij was gegeneerd, wist niet hoe hij moest kijken, diepte nog iets op over een buitenechtelijk kind, om het aantal kinderen terug in evenwicht te krijgen. Maar ik luisterde niet meer, en zei dat ik het hem niet kwalijk nam, ik had er wel enig begrip voor, maar ik voelde me opgelicht. En ook voor mij was het genant, ik wist niet waar ik moest kijken.

En mijn aanvankelijk trotse gevoel - "ik heb je ontmakerd, jij sjacheraar!"- smolt al gauw, dit keer wel als sneeuw voor de zon- omdat ik inderdaad de stront in Ivans neus geduwd had en niet wist of het gemeen was of niet, niet wist of ik gelijk had of niet, niet wist hoe ik moest zijn, of het pech was of niet, of het het lot was van de wereld, een wereld waarin mannen van 40 met sportschoenen s avonds in busterminals in Colombia verhalen moeten verzinnen dat ze met Mongooltjes met Down tussen dolfijnen zwemmen in Brazilie, om sanderendaags door te komen.


Kleurenfoto's van Venezuela tot Nicaragua, nu dus

In Santa Marta, Colombia, met Bolivar - de held van heel het continent- op zijn paard boven mij en een vruchtendrank met vruchten waarvan je de naam 3 seconden later vergeet












In Cartagena, Colombia, een stad uit een sprookje zo mooi. Met piraten en zo. En ik kan ze niet eens ongelijk geven: mocht ik een piraat zijn en toevallig langs Cartagena dobberen, ik zou het ook wel weten: Enteren die handel!






Kleuren












Een fort om Cartagena tegen diezelfde piraten beschermd te weten. Torent boven de stad uit en heeft dikke muren. Colombia is een land dat je niet snel uit de oren komt.












Nog meer kleur














Op de laatste avond voor ik naar Panama terugvloog had ik niet echt iets om handen in Cartagena en ook niet echt vrienden. Gelukkig was daar een Circus "Africa " aanwezig, ik had in de namiddag de leeuwen - een tikkeltje zielig ook wel- al zien ijsberen in hun kooi en de tent al zien flapperen. Dus ik ging in mijn eentje naar een Colombiaans circus, tussen vele families en ongelovig kijkende kindjes, met goochelaars wiens truken al na 5 seconden duidelijk werden maar ook met acrobaten en dus vooral de leeuwen, waarbij ik de verruking die ik vanaf mijn 3 tot mijn 14de levensjaar ( ja, inderdaad, bij mij liep deze periode wat later af dan bij de meesten) steevast voelde bij circussen - hoe schraal ze ook waren, soms alleen maar met stoelen en een koppel poedels en een 3x falende balloper- opnieuw voelde en als een kind ophoog tuurde naar de trapezes en mijn hart vasthield bij elke buiteling en een aantal doden stierf bij de springende leeuwen. De foto hieronder is illegaal getrokken, de man in het geel de dikke leeuwentemmer.



Dit is Panama alweer, het rijkere gedeelte, het gedeelte waarin de mensen leven die het Panamakanaal besturen en die s avonds zich wel eens durven laten gaan voor een spelletje baseball op de WI gamecomputer. Getrokken vanuit Casco Viejo.
 

Deze sympathieke jongeman, Ryan genaamd, die niet echt de indruk wekte dat hij wist waar hij mee bezig was, en dat juist dat zo ongelooflijk gezellig was en hem zo neig maakte, kwam ik tegen in het noorden van Panama, in David. We haastten ons door Costa Rica tot aan de grens van Nicaragua, waar we samen op de tegels van de immigratie tenmidden van 100 verbaasde Nicaraguanen, de nacht in openlucht doorbrachten, gewikkeld (!) in Ryans tent. Eergisteren heb ik Ryan achtergelaten in San Juan del Sur, daar hij al na 1 dag een job gevonden had in het hostel waar we sliepen, de manager Lili volledig overklassend met zijn Louis Theroux achtige charme. Met nog 50 dollar op de rekening en ouders die vonden dat hun 34 jarige zoon al genoeg geleend had en intussen zelfbedruipend moest kunnen zijn, was het een job vinden of terugkeren naar de States.Wat een nummer, die Ryan.


Vele groeten, het gaat nog steeds goed, soms zwart, soms wit, soms grijs, soms gekleurd. Maar goed.

zaterdag 3 juli 2010

"Er klonk een liedje van Gilberto Gil...

...dat eigenlijk alleen maar zeggen wil
ach het leven is toch al zo kort
dat je beeeejjter lachend waaaakker wordt"
                                  -Copyright by Verminnen, Johan, godbetert




















Bon, hoewel impulsief dingen doen ook wel eens knap fout  kan uitdraaien - men hoeve maar te denke aan de door mij aangeschafte CD van Eros Ramazotti, een johhnylike bandana uit de H&M of recentelijk nog de "echte leren schoenen met slechts 1 klein productiefoutje" voor 10 dollar uit Panama die thans al volledig plastiek afgebladerd zijn en me een hoog landlopersgehalte geven, hetgeen me - dat dan weer wel- mischien iets minder tot een diefstalprooi maakt. Elk nadeel heeft zijn voordeel.


Maar bon, soms, en dat zijn dan de tofste, zijn impulsieve invallen ook fantastisch. En als ze dan ook achteraf een voltreffer - keihard in de roos, jongens- blijken te zijn, ja dan kan je de toenmalige wisselstroom in je hersenen alleen maar toejuichen. Dat was een beetje wat Braziliƫ was, wat Rio de Janeiro was en wat het bezoek van vaders kleinste, Petito, mijn hoogeigen broer Joos, was.

Al weet ik niet goed wat mijn arm op het moment van deze foto in hemelsnaam van plan was




Ik was al enkele dagen eerder in Rio, om Jozefs bed alvast klaar te maken, en het werd me al meteen glashelder: dit is een coole stad.

Principieel weigerden Joos en ik de Christus op te hollen, gewoon om te kunnen zeggen "we hebben de christus opgehold", deze foto vanaf de Sugar Loaf, die bekende berg, je weet wel, lijkt me een goed surrogaat









 Vooreerst is men er vriendelijk, in de zin van: als een jongeman - ik dus- die zowat verkracht wordt door zijn trekkersrugzak en er tevens niet meteen uitziet als iets wat fris genoemd kan worden, er s nachts aankomt en al gauw doorheeft dat Portugees - in tegenstelling tot wat hij - ik dus- dacht- niet zomaar een beetje Spaans is met wat andere klemtonen, dan helpen we die jongen toch gewoon en zetten hem op de juiste bus richting zijn hostel in de buurt Lapa. Hetgeen cool is, zeker omdat ik me ergens ten hoogte van mijn  hypothalamus - mhm niet helemaal zeker over deze plek in mijn hersenschors maar bon- verwachtte aan een Wild-Wild west sfeer in Rio, waar de kogels in het rond vliegen doch door de bonkende favelabeats nauwelijks gehoord, terwijl zowat elke politieman een oogje staat dicht te knijpen, onderwijl een prostituee versierend die crack staat te paffen. Niet dus. Vriendelijk. En welkom.














Verder is het er heel mooi. Er duiken, exact op die plaatsen waar je het niet zou durven hopen,- net daar dus-coole steile bergen op, die het allemaal nog net iets meer Indiana Jones maken. Ook zijn er stranden,
zoals de Copacabana, waar ze in Bredene- bad (de niet naakte afdeling aub, anders krijgt de woordspeling iets vunzigs) wel een puntje aan kunnen zuigen. Grote golven, dat ook, waar ik het surfen zeker niet onder de knie gekregen heb - de tegenstroom en de Portugese uitleg die zich vooral beperkte tot Yes. Wave. Board. Now, ten spijt. Waarmee technieken niet meteen aangeleerd worden. Doch het was wel plezant, al was het de tweede keer- samen met Petito die meteen warm liep vor dit iodee- ook een tikkeltje frustrerend daar de golven stiepelzot doorsloegen en het een mirakel mocht heten als je het 3 seconden op de plank kon trekken. Een aantal maal lelijk in het zand gebeten dus en  - dit is eigenlijk wel een prettige anecdote- met mijn surfplank gecrascht tegen de plank van - en hou je nu vast- de acteur die in Inglorious basterds in de voorlaatste scene door Brad Pitt gescalpeerd wordt daar hij een Nazi is, die Duitser is, Michael heet en tevens een coole ket die er niet teveel graten in ziet om met 200 euro door een favela te sjokken.














Hoe het ook zijn moge, de surffrustratie shotten we daarna weg met enkele favelakids op de dijk, hetgeen, zoals zo vaak met de taal van de voetbal - een belevenis van jewelste (van wat?) was  al werden we wel keer op keer - Joos kan dit getuigen- tot een belachelijk voetbalhoopje geshot door een 14 jarige met 2 oorbellen die, hoewel je wist dat hij je op deze of gene manier belachelijk zou dribbelen, er keer in keer in slaagde het ook daadwerkelijk exact op die voorspelde manier te presteren. Nu ja, Jozef en ik troostten ons met het gegeven dat wij van elk woord ter wereld weten of het een land betreft of niet. Phil Bosmans wist het al: Hoge Bomen vangen veel wind, en kruimeltjes zijn ook brood.


























































De mundiale gewoon! Op een strand, met een broer. En zon! Kan je nagaan! Er zijn al voor minder twee scheefbekken getrokken...

















En verder ontmoetten we coole mensen. Daniel, een kerel naar mijn hart- en beetje gelijkend op Freddy Mercury, zie hiernaast, die in het hostel werkte en met een charismatische vriendelijkheidwaarmee hij best naast Moeder Theresa in Calcutta zou kunnen werken zonder een mal figuur te slaan, die - "mijn broer is uw broer"- algauw de Petitoschat in zijn hart sloot, waardoor we ons luttele dagen later met zijn allen op een geschift hoge rost in de mist bevonden, na een wandeltrip van enkele uren waarbij Joos de uitdrukking "Schijt omhoog en kopt ertegen" voor eens en altijd in het collectieve geheugen prentte.















 De wereldbeker voor beste nakomer
 De wereldbeker voor het minst voedzame ontbijt
















Daarna, in de gutsende regen, liepen - ja dus in de zin van hollen- Joos en ik diezelfde berg af terwijl we deden of we Legolas en Aragorn van de Lord of the Rings waren, op de vlucht voor- of juist gaande richting - de Orks. Hetgeen een magnifiek gevoel gaf, zij het misschien een tikkeltje onverantwoord maar weer neig impulsief, en ook de Rode Bloedlichaampjes werden bevredigd. Hetgeen wel eens mocht, daar de maaltijden niet meteen Montignac toppers waren. Maar, geen zorgen mama, we hebben ook veel geshot in het mulle zand en ook 3 x salade gegeten en ik denk niet dat er heel veel suiker in de smoothies zat waarmee je zowat doodgeslagen werd op eender welke straathoek.

De dagen raasden voorbij, als een karretje in een rollercoaster -maar dan mooier, minder expliciet opgelegdfeestelijk en minder fastfoodachtig. Dus eigenlijk niet echt een treffende vergelijking maar bon.
"Rio de Janeiro, zoveel meer dan een stad" zou mijn goedkope stadsmarketingskant die ik gelukkig niet bezit, oppereren. Het was dan ook een beetje van de pot gerukt dat Petito al na dag 1 afkwam met het absurde idee om 2 dagen later al naar een of andere Amazonepueblo te trekken daar we Rio toch al beu zouden zijn, doch daar ik hem niet wilde bruskeren stemde ik hiermee in.



Verstand komt met de jaren, of de dagen - wat Rio betreft- en 2 dagen later hadden we het plan al afgeslankt tot "er eens een dagje op uit trekken, een eiland of zo".









Bon, dat eiland werd Isla Grande, en we boekten het met een organisatie die ons kant en klaar oppakte in het hotel, en ons als koevoer afleverde op een boot met veel te luide muziek - de Vengaboat-, te oude vrouwen voor de strings die ze droegen, en te veel opgelegd toeristisch gelul. Van het ene eiland naar het andere, als kleuters voortgedreven door de toeristische roede. Ware ik er niet met Joos, ik zou er ongelukkig geworden van zijn doch nu konden we er duchtig om lachen, zij het - in Jozefs geval- een beetje als een boer met kiespijn. Een coole dag, balancerend tussen aanschouwelijk en geamuseerd dingen opnemen.



















 Koevoer op de boot, te moe om ons op te winden over de boenkmuziek of de 10 verspilde dollars aan een nutteloos slechte snorkel























 Strings en Joos in pullover, wat een combinatie











































Dan, de meest hallucinante busrit uit mijn leven. Het is maar omdat mijn broer naast me zat dat ik de kroppen in mijn keel niet uit durfde te spuwen. Moet je weten dat in Rio heel wat favelas zijn, dorpjes van veel te veel mensen die omhoog kruipen over de rotsbergen.



Zij die Citade de Deus gezien hebben ( het was confronterend en grappig tegelijk toen Joos opmerkte dat deze term een fetisj was voor mij) kunnen zich hier wel iets bij voorstellen. In die favelas loopt vaak het een en ander mis, met dank aan drugs, wapens, corrupte politieagenten en vooral huizenhoge armoede zonder veel hoop op veranderingen in de toekomst.











Daarom is het zo dat deze favelas gerund - gecontroleerd - worden door drugslords die op de top van de heuvel wonen en een eigen prive legertje op de been hebben gebracht om hun imperium te bewaken, bijvoorbeeld tegen politieagenten, politiekers of stomweg concurrenten op de markt der drugs. Niet alleen het drugsimperium, maar ook de favela is "van hem" en - zoals het een koning betaamt- is het voor hem ook belangrijk dat er rust en enige orde in de chaos bekomen kan worden.
 
In die zin is Rochinha, de grootste van alle favelas in Rio, eigenlijk redelijk rustig, omdat er maar een drugsbende met koning is, en - vermits het er wemelt van kleine winkeltjes, mensen, nijverheid, het gewone leven als het ware- die wil het gezellig houden. "Niet teveel gedoe hier jongens, hou het tof, ik heb wel andere katjes te geselen", een beetje die in zekere zin lovenswaardige levenshouding. Dit alles bracht ons dus tot de schizofrene en fascinerend hallucinante- yep, fascinerend hallucinante, je leest het goed- situatie dat Joos en ik ( "neen we zijn geen gringos, we zijn europeanen, een groot verschil, voor ons althans" ) die avond in de favela omhoog reden in een busje, een aantal brommers passeerden met ogenschijnlijk cava ketten op die - tot spijt van wie het belijdt- helaas wel machinegeweren droegen, of passeerden langs de grenspost op de top van de favela, waar een groepje de check - in deed van al wat er passeerde. Een taxibusje naar de Copacabana - ookal zaten er 2 gringos in- vormde geen bedreiging voor het imperium, dus ze lieten ons zoals heel wat dagelijks leven in Rochinha, gewoon door. Maar wat een intrigerend systeem. Sociologisch een orgasme
Polities lopen onderaan de berg pro forma wat varkentjes te wassen, terwijl bovenaan dagelijks  - sla me niet dood als het niet helemaal juist is- een half miljoen dollar aan drugs wordt omgezet. Misschien een ideetje voor Bart de Wever.


Rochinha weer, rechts in de bovenhoek zien we het huis van een onguur figuur, die helaas niet veel kansen in het leven gekregen heeft












Enfin, het waren 2 weken om euh in te kaderen. Ik wens iedereen een familielid toe dat je komt bezoeken als je in een stad met heuvels, voetbal, toffe mensen, spannende buurten en zon bent.


Obrigado







.